Het konijn van Alice

In het vroege voorjaar van 2016 zag Het konijn van Alice het levenslicht. Eerst alleen op papier en al snel online op sociale media en weer op papier in dagblad Metro. Na de eerste publicatie heb ik zoveel mogelijk tips en trucs opgezocht online en ben zoveel mogelijk konijnen gaan tekenen. In de maanden daarna werd ik vaker opgepikt door Metro vanwege de hashtag #treinleven en werd 2-3 keer per week geplaatst, regelmatig zo’n 10×10 cm groot. In mei volgde een interview en fotoshoot en stond het konijn op de voorpagina, en ook in de Belgische Metro. Een jaar later volgde er nog een interview in mijn atelier over mijn konijn. In 2018 heeft het konijn weinig treinreizen gemaakt, maar ontstaan er wel andere stripfiguren in mijn Moleskin, mede door het volgen van een tweede striptekencursus en lezen van instructieboeken.

Stripverhalen hebben altijd al mijn belangstelling gehad. Zodra ik kon lezen verslond ik de Donald Duck en de Tina. Niet veel later ging ik regelmatig naar de openbare bibliotheek en las voornamelijk strips zoals Alex, Red Sonja, Kuifje, Blake en Mortimer, Suske en Wiske, Yoko Tsuno, Asterix. Via een vriend van mijn vader heb ik alle albums van Kuifje kunnen lezen. Ook knipte ik Panda en Tom Poes uit de krant en heb  enkele van deze verhalen ruim 30 jaar bewaard in enveloppen. Daarna ontdekte ik de albums van Tom Poes en Heer Bommel en heb de meeste gelezen en bekeken. Ook kreeg ik via mijn vader twee verzamelalbums van Eppo en losse exemplaren, en een oud Vlaams verzamelalbum van Mickey uit de jaren vijftig, ik heb ze nog steeds. Pas later, toen ik ‘volwassen’ was, ontdekte ik de Duistere Steden, Franka, De Holle Aarde en Ravian. Die laatste heb ik zo vaak herlezen dat ze nu uit elkaar vallen. Nog later ontdekte ik de graphic novel, van schrijvers als Craig Thompson of Eric Drooker en was meteen verkocht. Zelf een graphic novel schrijven en tekenen staat op mijn verlanglijstje, maar eerst het ‘verstrippen’ van korte verhalen en songteksten.

Comments are closed.